Zorgboulevard Baarn
Wij zijn geopend ma. t/m vr. van 08:00 - 17:00 uur

Implantaten

Een implantaat is een kunstwortel die in het kaakbot wordt geplaatst. Daarop kan een losse tand, een brug of een volledig gebit worden bevestigd. Zo krijgt u weer een vaste basis om op te kauwen, zonder dat gezonde buurtanden hoeven te worden opgeofferd.

Wat in uw situatie de beste oplossing is, hangt af van hoeveel tanden ontbreken, hoeveel kaakbot er is en wat u zelf belangrijk vindt. Hieronder leest u welke mogelijkheden er zijn, hoe de behandeling verloopt, wat het kost en wat u erna kunt verwachten.

Welke oplossing past bij uw situatie?

Implantaten worden gebruikt bij heel verschillende situaties. Herkent u zich in één van de vier onderstaande beschrijvingen, dan weet u meteen welk deel van deze pagina voor u het meest van belang is.

1. U mist één tand of kies

Implantaat met kroon ter vervanging van een tand of kies

Ontbreekt er één tand of kies, dan is een implantaat met een kroon vaak de meest gerichte oplossing. Het implantaat neemt de plaats van de wortel in. Zodra het is vastgegroeid, komt daar een opbouw op en daarop een kroon in de kleur van uw eigen tanden.

Het grote voordeel ten opzichte van een gewone brug: bij een implantaat hoeven de gezonde buurtanden niet te worden beslepen. Bij een conventionele brug gebeurt dat wel, want die brug moet ergens op rusten. Zijn de buurtanden gaaf, dan is dat zonde van het tandweefsel.

Bij een voortand speelt het uiterlijk een grotere rol dan bij een kies. De vorm van het tandvlees en de kleur van de kroon luisteren dan nauwer. Bij een kies weegt het kauwvermogen zwaarder.

  Implantaat met kroon Conventionele brug
Buurtanden beslijpen Niet nodig Wel nodig
Chirurgie Ja Nee
Behandelduur Meerdere maanden Enkele weken
Reiniging Als een eigen tand, met rager Onder de brug door rageren

2. U mist meerdere tanden of kiezen

Brugconstructie gedragen door twee implantaten

Ontbreken er meerdere tanden naast elkaar, dan is niet voor elke ontbrekende tand een eigen implantaat nodig. Twee implantaten kunnen samen een brug van drie of soms meer tanden dragen. Dat is de reden dat we implantaten op strategische plaatsen zetten in plaats van overal.

Zo’n brug op implantaten zit vast. U neemt hem niet uit en u voelt hem niet bewegen tijdens het eten. Dat is het belangrijkste verschil met een uitneembaar plaatje of frame, dat op het tandvlees en de resterende tanden steunt.

Reinigen vraagt wel aandacht. Onder een brug op implantaten kunt u niet met een gewone tandenborstel komen; daar gebruikt u een rager of een speciaal draadje voor. Dat leren we u tijdens de nazorg aan.

3. Uw kunstgebit zit los en u wilt meer houvast

Klikgebit bevestigd op implantaten

Een onderkunstgebit dat losschiet tijdens het eten of praten is een veelvoorkomend probleem. Dat komt doordat de kaak na het verlies van tanden langzaam slinkt. In de onderkaak is er dan weinig kaakwal over om houvast aan te ontlenen, en de tong en wangspieren duwen de prothese gemakkelijk los. In de bovenkaak speelt dit minder, omdat de prothese daar het gehemelte bedekt en zo meer zuiging heeft.

Een klikgebit lost dit op. We plaatsen implantaten in de kaak en brengen daarop bevestigingen aan: drukknoppen, of een metalen staafje tussen de implantaten dat een steg heet. In de binnenkant van de prothese zitten de tegenhangers. De prothese klikt daarop vast — vandaar de naam.

Belangrijk om te weten: een klikgebit blijft een uitneembare prothese. U haalt hem er zelf uit om schoon te maken en ’s nachts. Het verschil met een gewoon kunstgebit zit in het houvast, niet in het gemak van uitnemen.

Hoeveel implantaten daarvoor nodig zijn, verschilt per persoon en per kaak. Dat hangt af van de hoeveelheid bot en van de vorm van uw kaak. Ook in de bovenkaak is een klikgebit mogelijk. Een prettig neveneffect daarvan is dat de constructie zo gemaakt kan worden dat het gehemelte vrij blijft. Omdat daar smaakpapillen zitten, proeft u uw eten dan beter dan met een volledige bovenprothese.

4. U wilt een volledig vast gebit op implantaten

Volledige vaste brug gedragen door meerdere implantaten

Wilt u helemaal niets meer uitnemen, dan is een vaste brug op implantaten een mogelijkheid. Meerdere implantaten dragen dan samen een complete tandboog, die vastzit en die u niet zelf verwijdert.

Het verschil met een klikgebit is groot in beleving: een vaste brug voelt meer als een eigen gebit en bedekt het gehemelte niet. Daar staan twee dingen tegenover. Er zijn meer implantaten voor nodig, dus er moet voldoende kaakbot zijn, en het schoonhouden vraagt meer discipline. U reinigt namelijk onder de brug door, elke dag, met ragers of een monddouche.

Of dit in uw situatie kan, hangt vooral af van de hoeveelheid bot en van de vorm van de kaak. In de onderkaak is dat vaker haalbaar dan in de bovenkaak, waar het bot doorgaans zachter is. Wij beoordelen dat vooraf met röntgendiagnostiek en bespreken eerlijk met u wat er mogelijk is.

  Klikgebit Vaste brug op implantaten
Zelf uitneembaar Ja Nee
Bedekt het gehemelte Vaak deels, soms vrij te maken Nee
Aantal implantaten Minder Meer
Benodigd kaakbot Minder Meer
Dagelijks reinigen Prothese uitnemen en borstelen Eronder door rageren
Kosten Lager Hoger

Wat wordt bedoeld met All-on-4 en All-on-6?

U komt online de termen All-on-4 en All-on-6 tegen. Dat zijn commerciële namen voor het principe waarbij een volledige tandboog op vier of zes implantaten wordt geplaatst. Wij werken niet met een vast aantal implantaten als uitgangspunt: hoeveel er nodig zijn, bepalen we op basis van uw kaakbot, uw beet en de constructie die we willen maken. Het principe van een vast gebit op implantaten bieden wij wel degelijk aan.

Wat is een tandimplantaat?

Een implantaat is een kunstwortel: een klein schroefje dat in het kaakbot wordt geplaatst. Het is dus niet de zichtbare tand. Dat verwarren veel mensen met elkaar.

Een complete oplossing bestaat uit drie delen:

  • Het implantaat zelf, dat in het bot zit en dat u niet ziet.
  • De opbouw (ook wel abutment), het tussenstukje dat door het tandvlees heen steekt.
  • De kroon, brug of prothese, het deel dat u wél ziet en waarmee u kauwt.

De meeste implantaten zijn van titanium. Dat materiaal is uitzonderlijk weefselvriendelijk: botcellen groeien er tegenaan en hechten zich eraan vast. Dat vastgroeien heet osseointegratie en is de reden dat een implantaat stevig genoeg wordt om op te kauwen. Er bestaan ook keramische implantaten. Die zijn eveneens weefselvriendelijk, maar breukgevoeliger dan titanium.

De buitenkant van een modern implantaat is bewust ruw gemaakt of voorzien van een coating. Daardoor is er meer oppervlak waar het bot contact mee kan maken.

Wanneer is een implantaat mogelijk?

Een implantaat kan bij veel mensen, maar niet bij iedereen en niet altijd meteen. Wij beoordelen vooraf onder andere:

  • De hoeveelheid en kwaliteit van uw kaakbot. Het implantaat moet er stevig in kunnen vastgroeien.
  • De gezondheid van uw tandvlees. Is er sprake van ontstoken tandvlees, dan behandelen we dat eerst. Een implantaat in een ontstoken mond loopt een veel groter risico.
  • Uw mondhygiëne. Dit is geen formaliteit. Rondom een implantaat kan net zo goed ontsteking ontstaan als rondom een eigen tand.
  • Roken. Roken vermindert de doorbloeding van het tandvlees en verhoogt aantoonbaar de kans op problemen rond het implantaat. Dat betekent niet dat het onmogelijk is, wel dat we het eerlijk met u bespreken.
  • Uw algemene gezondheid en medicijngebruik. Sommige aandoeningen en medicijnen beïnvloeden de botgenezing. Vertel daarom altijd wat u gebruikt.
  • De ruimte en de omliggende structuren. Zenuwen, de kaakholte en de stand van de buurtanden bepalen mede waar een implantaat kan komen.
  • Uw leeftijd. Bij jongeren wachten we tot de kaak is uitgegroeid, omdat een implantaat niet meegroeit.

Een implantaat is dus nooit een standaardbehandeling van de plank. Er gaat altijd een individuele beoordeling aan vooraf.

Hoe verloopt de behandeling?

  1. Intake en onderzoek. We bekijken uw gebit, tandvlees en kaak, en bespreken wat u wilt bereiken.
  2. Röntgendiagnostiek. Foto’s laten zien hoeveel bot er is en waar de zenuwen en kaakholtes lopen.
  3. Behandelplan en begroting. U krijgt op papier wat er gaat gebeuren en wat het kost, vóórdat er iets begint.
  4. Eventueel trekken van een tand of kies. Moet er eerst iets weg, dan wachten we daarna meestal acht tot twaalf weken. In die periode vormt zich een bloedstolsel, komen er stamcellen naar het gebied en wordt er jong bot gevormd.
  5. Plaatsen van het implantaat. Dit gebeurt onder lokale verdoving. Zo nodig vullen we tegelijk botvolume aan.
  6. Genezingsfase. Het implantaat groeit vast in het bot. Dat duurt gemiddeld tweeënhalve tot vier maanden, afhankelijk van de plek en de botkwaliteit.
  7. Digitale scan of afdruk. Zodra het implantaat vast zit, leggen we de situatie vast voor de kroon, brug of prothese.
  8. Plaatsen van kroon, brug of prothese. Het zichtbare deel wordt op het implantaat bevestigd.
  9. Controle en nazorg. We controleren of alles goed sluit en leren u hoe u het schoonhoudt.

Soms is het mogelijk om het implantaat in één fase te plaatsen, waarbij het direct door het tandvlees heen steekt. Er is dan geen tweede kleine ingreep nodig. Is er bot opgebouwd of is de wondgenezing kwetsbaar, dan plaatsen we het implantaat juist onder het tandvlees en leggen we het later vrij. Dat noemen we twee fasen. Welke van de twee bij u past, hangt af van de hoeveelheid bot.

In sommige gevallen kan een implantaat direct na het trekken van een tand of kies worden geplaatst. Of dat verantwoord is, hangt af van de hoeveelheid bot, de stabiliteit, de aanwezigheid van ontsteking en de plek in de mond. We beoordelen dat per situatie.

Wat als er te weinig kaakbot is?

Kaakbot verdwijnt langzaam als er geen tand meer op staat. Het bot heeft die belasting namelijk nodig om zichzelf in stand te houden. Ook een ontsteking of een moeizame wondgenezing kan bot hebben gekost.

Is er te weinig bot om een implantaat stevig te verankeren, dan kunnen we het botvolume aanvullen op het moment dat we het implantaat plaatsen. Daarvoor gebruiken we meestal lichaamseigen bot, soms in combinatie met botvervangend materiaal. Bij dat materiaal zijn de eiwitten en het DNA verwijderd waar mensen allergisch op zouden kunnen reageren, waardoor het veilig toepasbaar is.

In uitzonderlijke gevallen is de botopbouw zo omvangrijk dat die eerst apart moet gebeuren en het implantaat pas later volgt. Of botopbouw in uw situatie nodig is, blijkt uit het onderzoek en de röntgenfoto’s.

Doet het plaatsen van een implantaat pijn?

Tijdens de ingreep bent u verdoofd. U voelt daardoor druk en beweging, maar geen pijn. Het plaatsen van één implantaat duurt doorgaans korter dan mensen verwachten.

Als de verdoving is uitgewerkt, kunt u napijn en zwelling krijgen. Dat hoort bij het genezingsproces. Meestal is dat goed op te vangen met paracetamol. Gebruik geen aspirine, omdat dat middel uw bloed verdunt. Koelen helpt tegen de zwelling.

Neemt de pijn na een paar dagen niet af, of wordt hij juist erger, neem dan contact met ons op. Dat is geen overlast; dat willen we juist weten.

Behandeling onder narcose bij uitgebreide ingrepen

Implantaten worden normaal gesproken onder lokale verdoving geplaatst. Narcose is dus geen standaardonderdeel van implantologie. Bij een uitgebreider chirurgisch traject, of wanneer behandelen in de stoel door ernstige angst niet lukt, kan tandheelkundige behandeling onder narcose een mogelijkheid zijn. Dat doen wij onder de naam Narcose Mondzorg. Of het in uw situatie passend is, wordt individueel beoordeeld.

Wat kost een implantaat?

Er bestaat geen vast bedrag voor “een implantaat”, omdat een implantaatbehandeling altijd uit meerdere onderdelen bestaat. Wat u betaalt, is de optelsom daarvan. Deze posten kunnen een rol spelen:

  • het eerste onderzoek en de röntgendiagnostiek;
  • het implantaat zelf en de bijbehorende onderdelen;
  • de chirurgische ingreep om het te plaatsen;
  • eventuele botopbouw en het gebruikte materiaal;
  • de opbouw (het abutment) op het implantaat;
  • de kroon, brug of prothese die erop komt;
  • de techniekkosten van het tandtechnisch laboratorium;
  • de controles en de nazorg.

Belangrijk om te begrijpen is dat er twee soorten kosten in zitten. De verrichtingen van de tandarts hebben een tarief dat wettelijk is vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit; die zijn dus bij elke tandarts in Nederland gelijk. De materiaal- en techniekkosten — het implantaat, de onderdelen, het laboratoriumwerk — zijn dat niet en kunnen per praktijk en per casus verschillen.

Daarom kost een implantaat voor één kies iets anders dan twee implantaten met een brug, en een klikgebit iets anders dan een volledig vast gebit. Het aantal implantaten, de noodzaak van botopbouw en het soort constructie bepalen samen het bedrag.

Wat u bij ons altijd krijgt: een schriftelijke begroting vóór de behandeling begint, gespecificeerd per onderdeel. U weet dus waar u aan toe bent voordat u beslist. De wettelijke tarieven vindt u op onze pagina met tarieven.

Worden implantaten vergoed?

Dat hangt sterk af van uw situatie. Er zijn grofweg drie routes.

Een volledig tandeloze kaak. Heeft u in een kaak geen enkele tand of kies meer en krijgt u een klikgebit (officieel een implantaatgedragen overkappingsprothese), dan wordt dit doorgaans vanuit de basisverzekering vergoed. Daarvoor gelden wel voorwaarden, is vooraf een machtiging van uw zorgverzekeraar nodig en betaalt u een wettelijke eigen bijdrage. Ook uw eigen risico speelt hierbij mee.

Losse implantaten bij volwassenen. Vervangt u één of enkele tanden terwijl u verder uw eigen gebit heeft, dan valt dat voor volwassenen in de regel niet onder de basisverzekering. Een aanvullende tandartsverzekering vergoedt soms een deel; hoeveel, verschilt sterk per polis.

Bijzondere tandheelkunde. Is er een bijzondere medische aanleiding, bijvoorbeeld een aangeboren afwijking of ernstig ongevalsletsel, dan bestaat er een aparte regeling. Ook daarvoor is een machtiging nodig.

Wij kunnen u helpen met de aanvraag, maar de beslissing ligt bij uw zorgverzekeraar. Vraag daarom altijd vooraf na wat úw polis vergoedt en neem de behandelbegroting daarbij. Zo voorkomt u verrassingen achteraf.

Hoe lang gaat een implantaat mee?

Hier is het belangrijk onderscheid te maken tussen het implantaat en het deel dat erop zit.

Het implantaat zelf, dat in het bot zit, kan bij goede verzorging vele jaren tot decennia meegaan. Het slijt niet, want het is titanium.

De kroon, brug of prothese daarop is aan slijtage onderhevig, net als een gewone kroon of een gewoon kunstgebit. Die onderdelen worden in de loop van de tijd vervangen of aangepast. Bij een klikgebit slijten bovendien de klemmen of drukknoppen; die zijn te vernieuwen.

Hoe lang het geheel meegaat, hangt vooral af van factoren die u zelf beïnvloedt:

  • de dagelijkse mondhygiëne rondom het implantaat;
  • of u rookt;
  • hoe zwaar u het implantaat belast, bijvoorbeeld door tandenknarsen;
  • de gezondheid van uw tandvlees;
  • of u de controles nakomt.

Wij geven geen garantie voor het leven. Wat we wél kunnen zeggen: implantaten die goed worden schoongehouden en gecontroleerd, gaan gemiddeld aanzienlijk langer mee dan implantaten die aan hun lot worden overgelaten.

Nazorg: implantaten hebben onderhoud nodig

Dit is het onderdeel dat het vaakst wordt onderschat. Een implantaat krijgt geen gaatjes, maar het tandvlees en het bot eromheen kunnen wel degelijk ontsteken.

Er zijn twee vormen. Bij peri-implantaire mucositis is alleen het tandvlees rond het implantaat ontstoken. Dat is met goede reiniging nog terug te draaien. Blijft het bestaan, dan kan het overgaan in peri-implantitis, waarbij ook het kaakbot rondom het implantaat verloren gaat. Dat botverlies komt niet vanzelf terug.

Signalen om op te letten zijn bloedend of gezwollen tandvlees rond het implantaat, een vieze smaak, of een implantaat dat gevoelig wordt. Merkt u dat, wacht dan niet af.

Wat helpt:

  • dagelijks poetsen én ragen rond het implantaat en onder de constructie door;
  • periodieke controle bij de tandarts;
  • professionele reiniging door de mondhygiënist, met instrumenten die het implantaatoppervlak niet beschadigen;
  • stoppen met roken, of minderen.

Bij een klikgebit reinigt u daarnaast de prothese zelf met een borstel en water, en poetst u de drukknoppen of de steg in uw mond apart schoon.

Uw implantoloog

Implantologie is chirurgie én prothetiek. Het gaat om het plaatsen van het implantaat én om wat erop komt, en die twee moeten op elkaar aansluiten.

Pieter Goedhart is door de Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI) erkend als implantoloog. In 2025 rondde hij aan het ACTA de post-initiële opleiding Master of Science in Oral Health Science af, met als afstudeerrichting Prosthodontics and Oral Implantology. Die driejarige voltijdopleiding richt zich op precies die combinatie van chirurgische en prothetische vaardigheden.

Keurmerk van de Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie

Meer over onze behandelaars leest u op de pagina over ons team.

Veelgestelde vragen over implantaten

Wat is het verschil tussen een implantaat en een kroon?
Het implantaat is de kunstwortel die in het kaakbot zit en die u niet ziet. De kroon is het zichtbare deel dat daarop wordt bevestigd en waarmee u kauwt. Samen vervangen ze één tand of kies.
Wat kost een implantaat voor een kies?
Dat verschilt per situatie, omdat de behandeling uit meerdere onderdelen bestaat: het implantaat, de chirurgische ingreep, de opbouw, de kroon en de techniekkosten. Of er botopbouw nodig is, weegt ook mee. U krijgt vooraf een gespecificeerde begroting.
Worden implantaten vergoed door de basisverzekering?
Bij een volledig tandeloze kaak wordt een implantaatgedragen klikgebit doorgaans vergoed vanuit de basisverzekering, met een machtiging vooraf en een wettelijke eigen bijdrage. Losse implantaten bij volwassenen met een eigen gebit vallen daar in de regel niet onder. Vraag uw zorgverzekeraar naar uw polisvoorwaarden.
Hoeveel implantaten zijn nodig voor een klikgebit?
Dat verschilt per persoon en per kaak. Het hangt af van de hoeveelheid kaakbot, de vorm van de kaak en het soort bevestiging. In de onderkaak zijn er doorgaans minder nodig dan in de bovenkaak. We bepalen dit na onderzoek en röntgenfoto’s.
Wat is beter: een klikgebit of een gewoon kunstgebit?
Dat hangt af van uw situatie. Zit uw kunstgebit goed en heeft u er geen last van, dan is er geen reden om te implanteren. Schiet de onderprothese steeds los, dan geeft een klikgebit veel meer houvast. Een klikgebit vraagt wel een chirurgische ingreep en meer onderhoud.
Kan een implantaat direct na het trekken van een tand worden geplaatst?
Soms wel. Dat hangt af van de hoeveelheid bot, of het implantaat direct stabiel staat, of er ontsteking aanwezig is en om welke plek in de mond het gaat. Vaker wachten we acht tot twaalf weken, zodat de wond kan genezen en er nieuw bot wordt gevormd.
Hoe lang duurt de hele behandeling?
Reken op enkele maanden. Het plaatsen zelf is een korte ingreep, maar het implantaat moet daarna vastgroeien in het bot. Dat duurt gemiddeld tweeënhalve tot vier maanden. Moet er eerst een tand worden getrokken of bot worden opgebouwd, dan komt daar tijd bij.
Kan een implantaat ontsteken?
Ja. Het tandvlees rond een implantaat kan ontsteken (peri-implantaire mucositis) en bij aanhoudende ontsteking kan ook het kaakbot verloren gaan (peri-implantitis). Goede dagelijkse reiniging en periodieke controle zijn daarom geen luxe.
Wanneer kan ik geen implantaat krijgen?
Er is geen simpele lijst. Onvoldoende kaakbot, onbehandelde tandvleesontsteking, een kaak die nog groeit en bepaalde aandoeningen of medicijnen kunnen een implantaat onmogelijk of onverstandig maken. Vaak is er wel iets aan te doen, bijvoorbeeld door eerst het tandvlees te behandelen of bot aan te vullen.
Mag ik roken met implantaten?
Roken is geen absolute belemmering, maar het verhoogt aantoonbaar de kans op ontsteking rond het implantaat en op botverlies. Minderen of stoppen vergroot de kans dat uw implantaat lang goed blijft. We bespreken dit eerlijk met u vóór de behandeling.
© 2026 Alle rechten voorbehouden